- Parkeer in P. Open de laadklep door de achterkant ervan licht in te drukken.
- AC: sluit je kabel aan op de laadpaal en de auto, of gebruik de vaste kabel. Volg bij openbare palen de aanwijzingen voor laadpas of app. DC: gebruik de vaste kabel van de snellader en volg de autorisatie-instructies.
- Controleer op het display dat het laden echt bezig is. Alleen een aangesloten stekker is geen bewijs dat er wordt geladen.
- Laaddoel: open Opladen → Beoogd accuniveau. Kies het aanbevolen dagelijkse niveau dat je auto aanbiedt; gebruik een hoger doel wanneer je rit dat vraagt. Controleer ook of een laadschema het direct laden uitstelt.
- Stoppen: kies Opladen beëindigen op het display en volg bij een openbare paal ook de stopinstructies. Houd de sleutel binnen bereik en ontgrendel de auto. Neem de vrijgegeven stekker uit de aansluiting.
Voor een snellaadstop: stel het laadstation als bestemming in de ingebouwde Google Maps in. De auto kan de accu dan voorbereiden. Het laadvermogen hangt onder meer af van accutemperatuur en laadniveau. Een 22 kW-boordlader betekent niet dat iedere thuispaal 22 kW levert.
Kabel vast? Trek niet hard. Stop het laden, vergrendel en ontgrendel de auto en probeer opnieuw. Raadpleeg bij aanhouden de officiële instructie of de laadpaalbeheerder.